Algemene vergadering Femina

Afgelopen zaterdag was Maggie gastspreker op de algemene vergadering van de liberale vrouwen van Vilvoorde. Hieronder vindt u haar toespraak.

Eerst en vooral wens ik u van harte te bedanken voor de uitnodiging.

U heeft het daarnet in de inleiding gehoord, namens de VLD zetel ik in de commissie Sociale Zaken. Zoals de naam het laat vermoeden buigt deze commissie zich over sociale aangelegenheden, gaande van tewerkstelling, gezondheidszorgen tot de pensioenproblematiek. Een jaar geleden heeft deze commissie zich gebogen over de zogenaamde vergrijzingsproblematiek. Dit najaar komt vooral het eindeloopbaanvraagstuk aan bod. Het een lijkt op het eerste gezicht niet in verband te staan met het ander, maar toch zijn de twee zaken nauw met elkaar verweven.

Als besluit van de vele hoorzittingen en vergaderingen die wij met de commissie besteed hebben aan de vergrijzingsproblematiek hebben wij een aantal maatregelen geformuleerd teneinde de vergrijzing betaalbaar te houden. Daarnaast hebbeen wij ook een aantal voorstellen gelanceerd om de mensen langer op de arbeidsmarkt te houden. In het tweede deel van mijn uiteenzetting zal ik deze maatregelen kort voor u opsommen. Maar laat mij beginnen met een poging te ondernemen om een antwoord te geven op de vraag hoe kunnen wij arbeid met een gezin beter zouden kunnen combineren.

 Combinatie arbeid en gezin : waarom eraan blijven werken ?

De modernisering van de telematica geeft ons een aantal mogelijkheden en ik denk dat we die maximaal moeten benutten. Daarom pleit de VLD voor het invoeren van telewerken nl. het werken van thuis of in satellietkantoren. Maar ook aan het voorzien of uitbreiden van een aantal diensten zoals poetsdienst, boodschappendienst, strijkdienst enzovoort. Dit kan natuurlijk door middel van de dienstencheques maar dat kan ook in het bedrijf zelf aangeboden worden. Het bestaande systeem van de dienstencheques dat trouwens zeer succesvol is. Daarom moeten we er ook aan denken om dit systeem uit te breiden, waarom kunnen de dienstencheques niet aangewend worden voor kinderopvang ?

U weet allicht allen dat er op vandaag zoiets bestaat als tijdskrediet of loopbaanonderbreking. Inderdaad dit zijn mogelijkheden die moeten toelaten om arbeid en gezin beter te combineren, maar de vraag is of dergelijke systemen wel het wondermiddel zijn ? Wat immers als het tijdskrediet opgesoepeerd is ? Het probleem nl. te weinig tijd voor het gezin blijft bestaan. Persoonlijk ben ik van oordeel dat we op zoek moeten gaan naar andere alternatieven, meer blijvende alternatieven zoals bijvoorbeeld het daarnet aangehaalde telewerk. Sommige jobs lenen zich hier zeer goed toe. Bovendien laat telewerk toe dat mensen langer aan de slag willen blijven. Dankzij telewerk kan men immers 1 of 2 dagen in de week van thuis werken. Met de moderne multimediatoepassingen mag dat geen probleem zijn. Ik denk bijvoorbeeld aan een hoofdzakelijk administratieve job. Heel wat mensen zijn bijvoorbeeld twee uren onderweg om ergens een administratieve taak te vervullen. Dergelijke opdrachten kunnen ook thuis verricht worden. De verplaatsingstijd wordt aldus uitgespaard en de vrijgekomen tijd kan dan besteed worden aan de kinderen.

In de praktijk stellen we bovendien vast dat het vooral vrouwen zijn die ervoor kiezen om hetzij parttime te werken hetzij loopbaanonderbreking te nemen. Uit een onderzoek, uitgevoerd door de werkgeversorganisatie VOKA bij 745 vrouwen tewerkgesteld bij Oost-Vlaamse bedrijven, blijkt evenwel dat vrouwen bij voorkeur fulltime willen werken. Op voorwaarde dat zij ontlast worden van een aantal huishoudelijke taken. Slimme bedrijven spelen hierop in door een was-en strijkdienst op het werk aan te bieden.

Zo?n 71 procent van de ondervraagden wil het liefst fulltime werken. Ze zijn bang dat een parttimebaan hun carrière hypothekeert. Een vrees die zeker niet onterecht is, zoals zal blijken uit een ander resultaat van dit onderzoek. Vrouwen verkiezen het uitbesteden van het huishoudelijk werk boven één dag in de week thuis zijn om die taken zelf uit te voeren, maar vaak is dat niet haalbaar, omdat die diensten te duur zijn en een te grote hap uit hun budget betekenen. Het verder uitbouwen van het systeem van de dienstencheques kan hieraan tegemoet komen.

Bovendien blijkt dat vrouwen de extra tijd vaak niet gebruiken om voor hun kinderen te zorgen of iets voor zichzelf te doen, maar dus in de eerste plaats gebruiken voor de was, de strijk, boodschappen en poetsen. Dat komt het verminderen van de stress en de spanning niet ten goede.

Uit een onderzoek, waarvan de resultaten begin juni in de De Morgen verschenen zijn, lijkt verder ook dat vrouwen die het huishoudelijk werk wél aan een ander overlaten meer kans maken om door te stromen naar een hogere functie. Zo?n 68 procent van de vrouwen met een poetsvrouw en 90 procent van de vrouwen met een tuinman hadden al verschillende kansen gekregen om carrière te maken. Hieruit blijkt dus dat het uitbesteden van de huishoudelijke taken maakt dat die vrouwen zich beter op hun werk kunnen toeleggen en aldus meer kans maken op promotie.

 De gelijkgestelde dagen

Een ander taboe dat we niet uit de weg mogen gaan is dat van de zogenaamde gelijkgestelde dagen. Wat bedoel ik hiermee ? Elke werknemer betaalt, in overeenstemming met zijn loon sociale bijdragen. Deze bijdragen worden onder meer gebruikt om het latere pensioen te betalen. Maar iemand die op vandaag loopbaanonderbreking neemt, betaalt geen bijdragen aan de sociale zekerheid. Immers hij of zij is tijdelijk niet actief op de arbeidsmarkt. Hetzelfde geldt voor een werkloze of iemand die een vervangingsinkomen ontvangt ten gevolge van ziekte. Maar de periode van de loopbaanonderbreking, werkloosheid of ziekte telt wel mee voor de berekening van het pensioen. Dit in het kader van de solidariteit tussen zieken en werkenden. Tot daar helemaal geen probleem, in die zin heeft het stelsel ook zijn nut bewezen. Maar ik denk dat we de eerlijkheid moeten hebben te streven naar een rechtvaardiger stelsel waarbij een gewerkt jaar meer pensioen oplevert dan een niet gewerkt jaar, waarbij wie langer werkt meer pensioen geniet dan wie vroeger uittreedt, dat wie gewerkt heeft een pensioen ontvangt dat aanzienlijk hoger is dan wie niet gewerkt heeft. Daarom denk ik dat we toch eens serieus dienen na te denken over dit systeem. Bovendien is het systeem ook discriminerend. Immers iemand die er bewust voor kiest om halftijds te werken, bouwt maar halftijds pensioenrechten op. Iemand die daarentegen loopbaanonderbreking of tijdskrediet opneemt, bouwt wel verder zijn pensioenrechten op. Daarom denk ik dat we er misschien moeten naar streven om het systeem van de gelijkgestelde dagen enkel te behouden voor diegenen die hetzij door ziekte hetzij door werkloosheid tijdelijk inactief zijn op de arbeidsmarkt. Dat zijn immers omstandigheden buiten de wil om van de betrokkenen. Maar iemand die bewust tijdskrediet of loopbaanonderbreking opneemt, kiest er voor om tijdelijk minder actief te zijn en bijgevolg gedurende die periode ook minder of geen pensioenrechten op te bouwen.

Wat de pensioenen betreft, moet de link tussen de bijdragen en het uiteindelijke pensioen moet opnieuw versterkt worden. Nu is die link helemaal zoek. Bovendien zullen mensen ook geneigd zijn om langer te werken als ze weten dat elk gewerkt jaar zoveel extra pensioen betekent. De logica van de pensioenwetgeving zou moeten zijn dat wie langer werkt een hoger pensioen geniet. Spijtig genoeg is dat dus niet zo. Het stelsel van de gelijkgestelde dagen -dat zijn verdiensten heeft in het waarborgen van een degelijk pensioen aan wie minder geluk heeft gehad in het leven- speelt daarin een rol. Onderzoekers van de Leuvense universiteit hebben berekend dat een derde van de pensioenen die in 2000 werden uitbetaald, gebaseerd was op gelijkgestelde dagen.

 Pensioenen : betaalbaarheid in de toekomst ?

Ik kom terug tot de conclusies van de vergrijzingscommissie en één ervan was dat we de vergrijzingskosten zeer ernstig dienen te nemen zijn. Een andere vaststelling was dat de Belg gemiddeld te vroeg de arbeidsmarkt verlaat. De gemiddelde Belg verlaat immers de arbeidsmarkt bij benadering rond 58 jaar. Slechts 34,85% van de Belgische loontrekkende mannen verlaat de arbeidsmarkt meteen om vervolgens het normale rustpensioen te genieten. De twee resterende derden stappen uit de arbeidsmarkt via programma?s inzake brugpensioen, het zogenaamde canada dry-systeem, vervroegde pensionering, werkloosheid of invaliditeit. De verhouding tussen actieven en niet of minder actieven is in België totaal scheef getrokken. Grosso modo kunnen we stellen dat werknemers vroeger ongeveer 45 jaar professionele arbeid hadden, tegenover een periode van 25 jaar niet-activiteit. Vandaag is die actieve periode evenwel gevoelig ingekort tot 35 jaar en de niet-actieve verlengd tot ongeveer 40 jaar bij de mannen en 45 jaar bij de vrouwen. De periode dat iemand geld opbrengt voor de sociale zekerheid is nu dus korter dan de periode dat hij of zij geld kost aan de staat. In een repartitiestelsel is dit een zorgwekkende evolutie. Betekent dit nu dat we met zijn allen zullen moeten werken tot de leeftijd van 70 jaar ? Helemaal niet, maar wel dat we ervoor moeten zorgen dat men over een loopbaan van 40 jaar beschikt , alvorens men op pensioen gaat. We zullen hierbij heel wat creativiteit aan de dag moeten leggen. Tevens mogen we ook geen taboes uit de weg gaan. Ik verklaar mij nader. De VLD vraagt daarom werk te maken van nieuwe oplossingen die het oudere werknemers gemakkelijker maken om hun job uit te oefenen. Er zijn hiervoor verschillende pistes te volgen. Ik som er een paar op. de fysieke afstand tussen werk en gezin kleiner maken. Dit kan door deeltijds telewerk op vrijwillige basis thuis of in satellietkantoren te stimuleren. Omgekeerd kan men ook een ?thuis? creëren op het werk. Dat kan door een strijk- en wasdienst of een boodschappendienst op het werk te voorzien. Wat het telewerken betreft, er zijn op vandaag al een paar ondernemingen die hiermee experimenteren. In de Kamer heb ik een resolutie neergelegd om ook binnen de federale administratie dergelijke experimenten op te starten. De bestaande experimenten hebben ons alvast geleerd dat er een aantal juridische knelpunten bestaan, vooral dan op het vlak van de geldende arbeidswetgeving. Door die experimenten zijn we erin geslaagd een overzicht te krijgen van deze knelpunten zodat we nu in staat zijn om de verschillende wetten aan te passen. de verplaatsingstijd tussen de woning en het werk verkleinen. In dat kader kan flexibiliteit voor de werknemer een oplossing bieden. Vooral tijdssoevereiniteit voor werknemers kan een aantal problemen oplossen. Inspraak in de dagelijkse of wekelijkse dienstregeling kan oplossingen bieden voor praktische combinatieproblemen. de bestaande ondersteuningsmogelijkheden zoals de dienstencheques verder uit te breiden teneinde de ondersteuning van werkenden te verbeteren. De VLD aanvaardt zeker geen uitholling van het systeem door het hoofdzakelijk aan te passen aan de noden van senioren of de kostprijs inkomensgerelateerd te maken. De uitbreiding van de dienstencheques kan worden gerelateerd aan een verdere afbouw van de PWA?s. Het succes van de dienstencheques bewijst dat het systeem beantwoordt aan reële behoeften. Ook het PWA-systeem doet dat, maar heeft het nadeel dat PWA-ers het werklozenstatuut behouden. Hierdoor blijven heel wat potentiële echte jobs liggen. Daarom pleit de VLD voor een integratie van de PWA?s in het systeem van dienstencheques. Opleiding voor ouderen : Oudere werknemers krijgen te weinig bijkomende vorming en opleiding. Met het oog op hun langere inschakeling, die bovendien kan leiden tot een andere jobinvulling, is vorming echter meer dan ooit noodzakelijk. Daarom moeten zowel werknemers als werkgevers worden aangemoedigd om initiatieven te nemen om opleiding te volgen. Een mogelijke piste om dit aan te moedigen is een vermindering van de sociale bijdragen voor 45-plussers met een forfaitair bedrag gedurende de termijn dat zij opleiding volgen. Dankzij het Vlaamse stelsel van de opleidingscheques heeft de overheid tevens een instrument in handen waarmee ze zich explicieter kan richten op de oudere werknemers voor bijkomende vorming en opleiding. Andere jobinvulling : Specifiek voor oudere werknemers is er nood aan de mogelijkheid van een andere jobinvulling zoals job coaching. Het is een realiteit dat de productiviteit van oudere werknemers niet dezelfde is als die van jongeren. Het is dan ook een illusie die te willen opkrikken. Integendeel, voor sommige beroepen kan het nodig zijn om de fysieke inspanningen van de oudere werknemers eerder te verminderen. Door een andere jobinvulling kunnen deze mensen langer aan het werk blijven, daar waar ze anders zouden kiezen voor de volledige vervroegde uittreding. Het blijft ook nodig voor oudere werknemers te blijven voorzien in opleidingen. Permanente bijscholing is nodig voor elke werknemer, ook de oudere werknemer. Pool van oudere werknemers : voor sommige werknemers kan het interessant zijn op meerdere plaatsen actief te zijn. Zo zou het best kunnen dat oudere werknemers zich dankzij hun grote expertise beter kunnen toeleggen op bepaalde specialismen, waarvoor echter in een onderneming geen voltijdse arbeidskracht nodig is. Daarom kan de oprichting van een pool van oudere werknemers deze mensen een forum geven om hun specialisme in meerdere ondernemingen, die toetreden tot dergelijke pool uit te oefenen. Vooral naar KMO?s toe kan dit een interessant experiment zijn. Om dergelijke zaken mogelijk te maken is er nood aan herziening van de wet op de detachering van werknemers. Uitzendarbeid voor ouderen. In het verlengde van de nood aan detachering van oudere werknemers, bestaat ook de noodzaak om ouderen die dat wensen in te schakelen via uitzendarbeid. Naar bedrijven toe geeft deze formule het voordeel dat ze zeer gericht kunnen werven onder werknemers met bepaalde speciale vaardigheden voor opdrachten van kortere of middellange duur. Voor de oudere werknemers zelf heeft uitzendarbeid het voordeel dat ze niet per definitie voltijds hoeven ingeschakeld te worden in het arbeidsproces. Ook de uitzendsector zou een pool van oudere werknemers kunnen oprichten. Evenwel is daarvoor een herziening van de wet op de tijdelijke en uitzendarbeid noodzakelijk Brugpensioen

Een ander heikel punt is het systeem van het brugpensioen. Er is hierover al veel gezegd en geschreven. Maar jammer genoeg, gaat het hierbij niet altijd om correcte informatie. Daarom wil ik hier duidelijk stellen dat wij, de VLD niet wil raken aan de mensen die op vandaag bruggepensioneerde zijn. We dienen ons evenwel ernstig af te vragen of het stelsel, met het oog op de betaalbaarheid van de pensioenen, nog wel zin heeft ?

 Brugpensioen

Ik verklaar mij nader. Uit onderzoek van Elchardus is gebleken dat 47% van de vroeggepensioneerden geen achteruitgang hebben ondervonden in hun financiële situatie. Die situatie is ontstaan omdat de overheid -dus wij allemaal- de meeste kosten van de vervroegde uittredingsscenario?s voor zijn rekening neemt en niet diegene die vervroegd uittreedt. De broodnodige mentaliteitswijziging kan zich dus alleen maar voltrekken indien ze wordt ondersteund door een wetgeving die meer voordelen oplevert voor werkenden. Dat betekent dat er gesleuteld moet worden aan een aantal regelingen en de regeling voor het brugpensioen is er één van .

Ook hier dienen we enige creativiteit aan de dag te leggen. We zijn immers genoodzaakt om op zoek te gaan naar een aantal, nieuwe maatregelen die het voor de huidige bruggepensioneerden interessant maken om terug aan de slag te gaan. Het behoud van rechten voor wie na zijn brugpensioen opnieuw aan de slag gaat en opnieuw werkloos wordt is een absolute must. Daarnaast stelt de VLD voor de helft van de maandelijkse premie van de vroegere werkgever naar de bruggepensioneerde te laten gaan, de andere helft naar de nieuwe werkgever. Dat maakt de aanwerving door een nieuwe werkgever goedkoper zonder dat de bruggepensioneerde een bijkomend risico loopt bij eventuele nieuwe werkloosheid. De nieuwe werkgever moet ook beschikken over een flexibel arbeidsovereenkomsteninstrumentarium om te voorkomen dat hij torenhoge opzeggingstermijnen moet geven voor een oudere werknemer die dan toch nog vervroegd wil uittreden.

Voor de toekomst moeten we het stelsel van het brugpensioen minder aantrekkelijk durven maken, en dit zowel voor werknemer als voor werkgever. De VLD wil van het stelsel in de nabije toekomst de uitzondering op de regel maken die nog enkel kan worden gebruikt in geval van herstructureringen en in welomschreven gevallen van fysiek zware beroepen, nacht- en ploegenarbeid. Daarbij moet er over gewaakt worden dat we niet vervallen in het systeem van de communicerende vaten. Dat betekent dat deze verstrenging er niet mag toe leiden dat de mensen die vandaag in het brugpensioen terecht komen zouden versluisd worden naar het stelsel van de invaliden of naar de werkloosheid.

De brugpensioenregeling wordt door werkgevers al te vaak gebruikt om zich op een goedkope manier te ontdoen van dure -dus meestal oudere- werknemers en in de plaats jonge en goedkopere werkkrachten aan te nemen. Om dat in de toekomst te vermijden moet het stelsel voor werkgevers opnieuw duurder worden. Tegelijkertijd moet de tewerkstelling van oudere werknemers goedkoper worden voor de werkgever. De VLD pleit al enige tijd om de sociale lastenverlaging die nu geldt voor 57-plussers uit te breiden in een eerste fase tot alle werknemers ouder dan 55 jaar en geleidelijk tot alle 50-plussers.

De groep van werknemers die in aanmerking komt voor brugpensioen kan ook worden beperkt door een aantal ingrepen zoals de geleidelijke verhoging van de brugpensioenleeftijd, het verhogen van de anciënniteitsvoorwaarden en het aantal jaren dat de betrokkene bij zijn laatste werkgever heeft gewerkt.

 Individualisering van de pensioenrechten

Tot slot zou ik willen afronden met een pleidooi voor een individualisering van de pensioenrechten. Als vrouw zijn we er de afgelopen dertig jaar ingeslaagd om de arbeidsmarkt te veroveren. Toch stellen we vast dat heel wat vrouwen er voor kiezen om gedurende hun loopbaan een bepaalde periode halftijds te werken of zelfs enkele jaren inactief zijn, onder meer door het opnemen van loopbaanonderbreking. Maar men mag daarbij niet uit het oog verliezen dat er ooit eens een moment kan komen waarop men op het eigen inkomen in aangewezen bijvoorbeeld door echtscheiding, door ziekte van de partner of door het overlijden van de echtgenoot. En dat men dan zal moeten zien rond te komen met een gering pensioen.

 Slot

Beste aanwezigen, ik zou hier willen afronden. U kan samen met vaststellen dat we inderdaad heel wat creativiteit aan de dag dienen te leggen, willen we er blijven inslagen om ons pensioenstelsel betaalbaar te houden. Maar er is niet alleen nood aan enige creativiteit, er is ook veel politieke moed nodig ! Immers een deel van de maatregelen zijn misschien niet sympathiek maar wel levensnoodzakelijk. En het is voor heel wat politici verleidelijk om het probleem te minimaliseren of om enkel populaire voorstellen te lanceren. Willen we evenwel komen tot een evenwichtig en gezond pensioenstelsel, dan zal er dus heel wat politieke moed aan de dag moeten gelegd worden. Het is helemaal niet nodig om de mensen als het ware de stuipen op het lijf te jagen, maar men dient er de bevolking wel van te overtuigen dat er een aantal noodzakelijke veranderingen dienen te komen, willen we onze pensioenen in de toekomst veilig stellen. De afgelopen week brachten een aantal kranten al eerder sombere berichten over onder meer de betaalbaarheid van onze pensioenen.

Ik hoop dan ook dat ik met mijn uiteenzetting heb kunnen aantonen dat er nood is aan een aantal structurele maatregelen. Ik wens u tot slot te bedanken voor uw aandacht en indien u vragen of opmerkingen heeft, aarzel niet ze te formuleren !

Commentaar geven is nietmeer mogelijk.