Terugbetaling prestaties kankerbehandeling

Met het kankerplan is de afgelopen jaren terecht heel wat aandacht besteed aan de behandeling van kanker, na hart- en vaatziekten de meest voorkomende doodsoorzaken in België.

Bij de behandeling van kanker zijn chrirugie, radiotherapie en chemotherapie de belangrijkste pijlers. De indruk ontstaat zeer sterk dat zwaar de focus wordt gelegd op de chemotherapie, dus de medicamenteuze behandeling van kanker en dat de twee andere pijlers, de chirurgie en de radiotherapie, verwaarloosd zijn. Zo zijn chirurgie en radiotherapie goed voor 80% van de genezingen en ontvangen zij slechts 15 tot 20% van het budget.

Belangrijke prestaties inzake radiotherapie worden ofwel niet vergoed ofwel is de vergoeding niet meer aangepast aan de laatste stand van de wetenschappen.

De radiotherapie heeft met “image guided radiotherapy” (IGRT) een enorme vooruitgang geboekt in het precies kunnen bestalen van de kanker zonder het er rond liggend gezond weefsel te beschadigen. Dit is mogelijk geworden omdat men vandaag een betere definitie kan bekomen van het te bestralen doelvolume en de te vermijden kritische structuren en omdat men de correctheid van de dagdagelijks bestralingstoediening beter kan garanderen. Dit laat toe bestralingsschema’s op te stellen die een veel grotere dosis per fractie toedienen wat leidt tot een betere tumorcontrole en een betere kans op overleving. De beeldvorming ter voorbereiding van de radiotherapie met PET-scan en NMR en de beeldvorming met de CT-scan tijdens de bestraling worden niet vergoed. Dat maakt dat deze behandeling voor meer en meer ziekenhuizen onbetaalbaar wordt en niet meer kan worden aangeboden aan patiënten ofschoon de doeltreffendheid wetenschappelijk vaststaand zijn. In de nomenclatuur voor radiotherapie wordt voor IGRT een vergoeding voorzien van 4.000 euro voor zover er 15 stralingsdagen zijn. Nochtans is het voor heel veel kankers beter zware dosissen radiotherapie te voorzien gedurende 3, 4 en 5 sessies. De nomenclatuur straft dat af met een verlies van 1.000 euro.

We zien ook dat de medisch oncoloog voorzitter kan zijn van het multidisciplinair oncologisch consult terwijl er geen redenen zijn waarom de andere specialiteiten zoals chirurgen, radiologen niet evenzeer dit voorzitterschap zouden kunnen waarmaken. Al helemaal bizar wordt het dat alleen de medisch oncoloog hiervoor een hogere vergoeding ontvangt.

Deze terugbetaling kan dus niet evidence based genoemd worden. Er rijzen dan ook vragen over het besluitvormingsproces. Bij terugbetaling van prestaties in de oncologie zou de advisering veel meer multidisciplinair moeten zijn waarbij alle pijlers van de kankerbehandeling evenwaardig worden betrokken.

Graag vernam ik van de minister :

Is het niet wenselijk bij de besluitvorming inzake de terugbetaling een multidisciplinair advies in te winnen waarbij zowel radiologen, chirurgen als de medisch oncologen om te komen tot een evenwichtige terugbetaling van de verschillende behandelingsvormen ?

  1. Is het niet wenselijk zowel chirurgen, radiologen en medisch oncologen voorzitter te laten zijn van het multidisciplinair oncologisch consult en hen daarvoor gelijkwaardig te vergoeden ?
  2. Vindt de minister het nog evidence based dat de vergoeding voor categorie 4 inzake radiologie nog afgestemd is op 15 stralingsdagen terwijl volgens de stand van de wetenschappen voor bepaalde kankers enkele stralingsessies met een zware dosis veel effectiever zijn ? Is de minister bereid hier te komen tot een aanpassing van de nomenclatuur ?
  3. Beeldvorming ter voorbereiding van en tijdens de bestraling hebben bewezen essentieel te zijn om te komen tot een juist gepositioneerde straling waardoor het weefsel rond de tumor niet geraakt wordt. Ze worden evenwel niet terugbetaald. Wat is de argumentatie van de minister om dit niet te doen ? Is de minister bereid om hier te komen tot een correcte terugbetaling ? radiotherapie Antw

Commentaar geven is nietmeer mogelijk.