Tussenkomst programmawet

Afgelopen donderdag werd in de Kamer gestemd over de programmawet.  Namens de Open Vld-fractie kwam Maggie tussen in de bespreking ervan.

Over het inhoudelijke werkgelegenheidsluik van deze programmawet, kunnen we positief zijn: de verminderingskaart voor werknemers van ondernemingen in faling krijgt een structureel karakter, de elektronische aangifte voor de melding van tijdelijke werkloosheid aan de RVA wordt verplicht en de erkenningsvoorwaarden in het dienstenchequestelsel worden verstrengd. Het zijn praktische regelingen die we toejuichen want ze dragen bij tot administratieve vereenvoudiging en een sluitende controle op zaken die veel overheidsmiddelen behoeven.

Open Vld is tevens verheugd dat met het programma “Back to work” echt werk wordt gemaakt van re-integratie en a posterioricontroles van arbeidsongeschikten en invaliden in het arbeidsproces. Daarbij is een vereenvoudiging van de procedure voor vrijwillige beroepshervatting geen luxe. Het is belangrijk dat de minister voorziet in financiële stimuli voor deeltijdse werkhervatting, want arbeid moet altijd lonen. Wat ons nog niet duidelijk is, is of de minister een regeling zal uitwerken waarbij invaliden op permanente basis een deeltijdse baan kunnen blijven combineren met een deeltijdse invaliditeitsuitkering. We moeten ons ervan bewust zijn dat mensen professioneel actief willen blijven ondanks zware chronische aandoeningen. Werken levert een inkomen op, maar ook sociale contacten die belangrijk zijn voor het psychisch welzijn.

Over de afroming van de PWA-reserves werd in de commissie lang gedebatteerd. Bij de begrotingsopmaak 2010-2011 in oktober 2009 stond minister Milquet erop om haar paradepaardje ‘het win-win-plan’ te realiseren. Om dat te financieren ging ze aankloppen bij de PWA’s. Dat akkoord van toen moet nu gehonoreerd worden. Het is dus niet mogelijk om hetzelfde geld een tweede maal uit te geven. Het is evenmin evident dat deze middelen, die aan het federaal niveau toekomen, zomaar aan het lokale niveau worden gelaten. Niet in het minst omdat het ondersteunen van lokale werkgelegenheidsinitiatieven eerder een taak van de gewesten is. Het is geen geheim dat Open Vld de PWA’s wil laten uitdoven voor de taken die ook via dienstencheques kunnen worden ontwikkeld. Ik herinner daarbij aan het advies van de Inspectie van Financiën van 15 april 2008 waaruit blijkt dat een gemiddelde PWA-er op het budget van de RVA 736 euro per maand kost en volgens het Planbureau een budgettaire kost van 2.140 euro per maand met zich brengt, terwijl de gemiddelde kost voor een dienstenchequewerknemer gemiddeld 348,7 euro per maand kost, exclusief de indirecte terugverdienkosten. Maar zolang de PWA’s in de huidige constellatie bestaan, moeten ze op een correcte manier kunnen functioneren.

Het brengt me tot de nood aan hervormingen van onze arbeidsmarkt. Naar aanleiding van de bespreking van deze programmawet werd andermaal aangetoond hoe dringend we structureel werk moeten maken van een moderne arbeidsorganisatie die gericht is op een verhoging van de werkzaamheidsgraad en mensen langer aan de slag houden.

Wie nu nog langer de ogen sluit voor de noodzaak om grondig sociaaleconomisch te hervormen, pleegt schuldig verzuim. Dat is ook de teneur bij de gouverneur van de Nationale Bank. Hij wijst op de huidige sterke economische groei in ons land, maar die tegelijk waarschuwt voor structurele problemen in de toekomst omwille van onze hoge staatsschuld en het uitblijven van structurele reconversiemaatregelen. Ook de Europese Commissie geeft ons met haar EU2020-aanbevelingen de pap in de mond. Dat men niet de ganse portie wil slikken, is begrijpelijk. Maar dat mensen als mijnheer De Leeuw meteen in een conservatieve egelstelling kruipen en zelfs de huidige formateur bij monde van zijn vice-premier Europa wandelen stuurt, is vreemd. Dat het ACV naar aanleiding van Rerum Novarum de spierballen rolt en de premier lippendienst bewijst aan het sociaal discours van zijn vakbond, reken ik tot het militantisme dat tijdens zulke hoogmissen wordt verwacht. Fundamenteel onthoud ik eruit dat er aandacht wordt gevraagd om de besparingen op een sociaal verantwoorde manier door te voeren. Daarover zijn we het eens. Maar ook dat er geen reeks taboes mogen bestaan. Sleutelen aan de index bijvoorbeeld is niet hetzelfde als die index zomaar afschaffen! We hebben nood aan een hervormingsplan zonder belastingsverhogingen dat voorrang geeft aan werkgelegenheid. Degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen moet gepaard gaan met een intensieve activering van werkzoekenden. Die werkzoekenden moeten naar een job worden geloodst, niet naar het OCMW. We moeten immers meer dan een half miljoen mensen aan de slag krijgen tegen 2020 om een werkzaamheidsgraad van 73.2% te bereiken. Het is niet toevallig dat een loonkostverlaging in eerste instantie wordt gefixeerd op lage lonen. Dat zijn de jobs voor mensen die het zwakst in de maatschappij staan om te voorkomen dat ze bij het OCMW moeten aankloppen.

Mijnheer de voorzitter, Mevrouw de minister, Collega’s,

België heeft momenteel enige meeval op socio-economisch vlak. Maar blijven surfen op de golven van de huidige economische groei, zou getuigen van te bescheiden ambities en kortzichtigheid. Daarmee krijgen we onze overheidsfinanciën niet op orde en kunnen we onze werkzaamheidsgraad niet structureel verhogen. We moeten aan de mensen duidelijk maken dat structurele hervormingen onvermijdelijk zijn. Wie het tegenovergestelde beweert, liegt. Wie de mensen wil laten geloven dat deze hervormingen een alibi zijn om onze sociale zekerheid af te bouwen, liegt nog harder.  Tussenk Progr Wet Juni 2011 Verslag 

Commentaar geven is nietmeer mogelijk.