Personen die omwille van hun ziekte geen voltijdse job meer aankunnen

In het kader van het activeringsbeleid met het oog op de verhoging van onze werkzaamheidsgraad wordt regelmatig gekeken in de richting van mensen met een arbeidshandicap of naar mogelijkheden van progressieve werkhervatting door zieken en invaliden. Ofschoon de progressieve werkhervatting in de fase van het experiment is blijven steken, bestaat er wel een behoorlijk beleidskader voor. Dat is echter niet het geval voor het omgekeerde fenomeen: mensen die full time werken maar die omwille van een oprukkende chronische ziekte na verloop van tijd niet meer bekwaam zijn om voltijds aan de slag te blijven. Men kan in ons land met andere woorden niet ‘progressief ziek worden’.

Een praktijkvoorbeeld bewijst tot welke wantoestanden dit kan leiden. Ik geef het aan bij wijze van verduidelijking omdat het aantoont in welke mate werknemers, die al getroffen zijn door een medische tegenslag, daarvoor ook in hun professioneel leven de rekening gepresenteerd krijgen, terwijl ze toch nog de moed hebben om aan de slag te blijven.

 

Een werkneemster die getroffen wordt door multiple sclerose heeft het geluk dat de werkgever begrip opbrengt voor de situatie en een regeling uitwerkt waardoor de betrokkene halftijds aan de slag kan blijven. De behandelende neuroloog verklaart dat de werkneemster ‘gedurende 50% van de dag invalide is en dat dit vermoedelijk definitief zal zijn.’ Evenwel leidt de adviserend geneesheer van de christelijke mutualiteit hieruit verkeerdelijk af dat betrokkene niet langer voor meer dan 66% arbeidsongeschikt is. Dit is uiteraard onzin, want de werkneemster blijft de ganse dag meer dan 66% invalide, maar net daardoor kan zij maar een job van 50% aan. Een hoger beroep tegen deze beslissing wordt tot onstentenis van de betrokkene afgewezen. Er komt een nieuwe regeling uit de bus waardoor de werkneemster halftijds door de werkgever wordt betaald en de overige 50% door de RVA wordt vergoed. Na acht (8!) jaar trekt de RVA deze regeling in twijfel en wordt voorgesteld dat de werknemer het statuut krijgt van onvrijwillig deeltijds werkloze met inkomensgarantie-uitkering. Dat betekent dus dat de werkneemster wordt verondersteld om op zoek te gaan naar een full time job, die zij op medisch voorschrift niet aankan. Komt daar nog bij dat de beslissing van de RVA nooit aan de betrokkene werd overgemaakt, tenzij dan via een verkeerd geadresseerde mail. De beslissing wordt ook helemaal niet gemotiveerd. Tot overmaat van ramp heeft de werkneemster ontslag moeten nemen bij de werkgever en een deeltijds contract moeten sluiten.

 

Deze casus doet ernstige vragen rijzen bij de behandeling van mensen met een chronische ziekte die desondanks alle moeite willen doen om deeltijds aan de slag te blijven. 

Ik kreeg dan ook graag een antwoord van de minister op de volgende vragen: 

1)    Op basis van welke specifieke reglementering kan de RVA iemand met een chronische ziekte, die is vastgesteld door een specialist en die hem of haar niet toelaat om een voltijdse job uit te oefenen, dwingen het statuut van onvrijwillig deeltijds werkloze met inkomensgarantie-uitkering aan te nemen?

2)    Hoe kan zo iemand worden gedwongen om actief op zoek te gaan naar een voltijds uurrooster, terwijl precies medisch wordt aangetoond dat het niet meer mogelijk is?

3)    Kan de RVA worden verantwoordelijk gesteld wanneer zo iemand tegen medisch voorschrift in toch een voltijdse job zou aanvaarden en dit zou leiden tot bijkomende medische problemen?

4)    Welke precieze procedure moet de RVA respecteren indien men  van werknemers met een voltijdse job maar een halftijdse vrijstelling op medische gronden, eist om over te schakelen naar een het statuut van onvrijwillig deeltijds werkloze en hen dan nog expliciet aanmaant zich aan te melden bij de VDAB-werkwinkel en zich in te schrijven als werkzoekende voor een halftijdse dienstbetrekking?

5)    Moet de RVA de betrokkene op voorhand horen? Zo ja, wanneer precies?

6)    Op welke manier en wanneer moet de betrokkene worden verwittigd?

7)    Wat gebeurt er indien de betrokkene het bericht van de RVA niet ontvangt omdat het naar een verkeerd mailadres werd verstuurd?

8)    Heeft de betrokkene een beroepsmogelijkheid?

9)    Hoeveel van dergelijke gevallen zijn er bekend, meer bepaald mensen met een chronische aandoening die door de RVA worden gedwongen over te stappen naar het statuut van onvrijwillig deeltijds werkloze met inkomensgarantie-uitkering?

10) Is de minister van oordeel dat dit praktijkvoorbeeld een initiatief behoeft om een specifieke regeling uit te werken waardoor werknemers die het slachtoffer worden van een chronische ziekte, die door de jaren heen verergert, progressief minder kunnen gaan werken en hun job kunnen combineren met een ziekte- en invaliditeitsuitkering? deeltijdswerkenmetziekte Antw Min

Commentaar geven is nietmeer mogelijk.