Bescherming uitzendkrachten

Afgelopen dinsdag 10 juni jl. hebben de Europese ministers van Werk een akkoord bereikt over de uitzonderingen op de 48-urenweek en over de bescherming van uitzendkrachten. Minister Milquet toonde zich na afloop niet opgetogen over het bereikte compromis omdat het ‘te veel sociale afbraak’ zou bevatten. De minister noemde het akkoord een ‘achteruitgang’. Aanleiding voor Maggie om de minister hierover te ondervragen in de plenaire vergadering.

Nochtans bepaalt het akkoord dat uitzendkrachten voor het eerst dezelfde rechten hebben als de gewone werknemers in hetzelfde bedrijf. Voor de acht miljoen uitzendkracnten in de EU is bepaald dat zij in principe direct vanaf de eerste dag dat ze aan de slag gaan, dezelfde rechten krijgen als vast krachten. Concreet gaat het om salaris, zwangerschapsverlof, vakantiedagen en doorbetaling bij ziekte;

Voor ons land maakt de nieuwe richtlijn in praktijk weinig verschil omdat de uitzendkrachten hier al een grote bescherming en gelijkstelling genieten. Alleen zal ons land meer uitzendarbeid moeten toelaten in overheidsdienst. Ook dat hoeft geen probleem te zijn, aangezien het regeerakkoord dat al bepaalt.

Ik kreeg van de minister graag een antwoord op de volgende vragen:

  1. Op welke concrete gronden noemt zij de bepalingen van de nieuwe richtlijn een ‘achteruitgang’?

  1. Waarom heeft de minister zich ondanks haar persoonlijke bezwaren toch akkoord verklaard met de nieuwe richtlijn?

  1. Welke concrete gevolgen zal de nieuwe richtlijn hebben voor België op het vlak van uitzendarbeid in overheidsdienst?

  1. Zal de minister conform het regeerakkoord nu snel een initiatief nemen om uitzendarbeid in overheidsdienst toe te laten?

  1. Welke concrete procedure zal ze volgen en welke timing stelt ze voorop? Klik hier voor het antwoord

Commentaar geven is nietmeer mogelijk.