Afspraken met de kiezer

De internationale rankings liegen er niet om: de gezondheidszorg in België is vandaag van topkwaliteit. Daar mogen we trots op zijn. Toch ben ik ervan overtuigd dat het nog beter kan, en daaraan ben ik volop aan het bouwen. De voorbije jaren hebben we zeer sterk geïnvesteerd in zorg: in 2019 bijna 5 miljard euro meer dan in 2014. Dat is nodig omdat we gemiddeld langer leven en we nu eenmaal meer zorg nodig hebben naarmate we ouder worden. Daarnaast doet ook de komst van nieuwe, betere behandelingen de uitgaven stijgen.

Maar genoeg over de kostprijs. Zorg draait om mensen. De nieuwste behandelingen zijn misschien duur, ze verhogen wel de levenskwaliteit van heel wat patiënten – vaak spectaculair, denk bijvoorbeeld aan immunotherapie voor kankerpatiënten. En daar doen we het voor.

Het is trouwens aangetoond dat investeringen in gezondheid zich meer dan dubbel terugverdienen: in extra levensjaren, minder complicaties, een betere levenskwaliteit, minder afwezigheden op het werk, noem maar op. Maar zomaar de geldkraan opendraaien, daar doe ik niet aan mee. Investeren moeten we doen in góede, doelmatige zorg, zodat elke geïnvesteerde euro resultaat oplevert voor de patiënt. En daarvoor moeten de fundamenten goed zitten.

Samen werken loont

Het is om die reden dat ik de voorbije vijf jaar verschillende grote hervormingen heb opgezet in de zorgsector. Ziekenhuizen die elkaar beconcurreren in de strijd om de patiënt? Dankzij de ziekenhuisnetwerken wordt dat verleden tijd. Onnodige medische onderzoeken die de patiënt en de overheid handenvol geld kosten? Door in te zetten op gegevensdeling wijzen we die verspilling naar het verleden. België dat immense bedragen betaalt voor een geneesmiddel tegen een zeldzame ziekte? Door samen met andere landen te onderhandelen drukken we de prijs. Een patiënt die vier keer zoveel betaalt voor een ambulance als zijn of haar buurman? Via de invoer van één transparante factuur is de kostprijs voor iedereen vandaag gelijk. Het zijn slechts enkele voorbeelden van hoe we de funderingen van onze gezondheidszorg de voorbije jaren hebben verbeterd.

Daarnaast heb ik enkele blinde vlekken in onze zorg weggewerkt. Denk bijvoorbeeld aan de geestelijke gezondheidszorg: 1 op de 4 mensen krijgt gedurende zijn of haar leven te maken met ernstige psychische problemen, en toch is deze sector decennialang stiefmoederlijk behandeld in ons land. Gekker moet het niet worden, toch? Dat vond ik ook, dus heb ik er een prioriteit van gemaakt in mijn beleid. Voor het eerst betalen we een bezoek aan de psycholoog terug, we zetten vol in op de preventie van burn-out, we wachten niet langer tot kinderen met psychische problemen in een instelling belanden maar zoeken hen thuis op, ga zo maar door.

Patiënt in de cockpit

Een ander voorbeeld is de positie van de patiënt. Nog te vaak “onderga” je vandaag de zorg als patiënt. Daar ben ik het niet mee eens. Elk van ons is op bepaalde momenten in het leven patiënt, en op dat moment willen we het onderwerp en niet het lijdend voorwerp zijn van de zorg. Het is om die reden dat ik Mijngezondheid heb gelanceerd, een instrument waarmee mensen snel en eenvoudig hun medische gegevens kunnen inkijken. En het is ook om die reden dat ik één meldpunt wil voor patiënten met klachten over zorg en dat ik voor iedereen zichtbaar wil maken hoe goed ziekenhuizen zijn in welke behandeling.

Droomdepartement “Volksgezondheid & Sociale Zaken”

Een gigantische sector als de gezondheidszorg hervorm je niet in één-twee-drie. We hebben de voorbije jaren bergen werk verzet, maar nu komt het erop aan dit werk voort te zetten. Enkel zo kunnen we de zorg voor de patiënt en de sociale bescherming voor wie werkt verder verbeteren.

Maggie

Download het volledige plan: