FVG en SV, De Morgen, 'Overal willen ze meer geld'

Geplaatst op 25 februari, 2017 om 12:00

De bevoegde ministers Jo Vandeurzen en Maggie De Block hebben moeite met de knelpunten die ‘Het grote psychiatrierapport’ blootlegt. ‘De hervormingen die gaande zijn, voltrekken zich op een ander niveau.’ … De Block: “We betrekken de patiënt in ons beleid. Hij bepaalt mee zijn behandeling. Maar ook hier geldt weer: een inschatting maken is moeilijk voor patiënten met een zekere gemoedsgesteldheid. Er kunnen eufore momenten zijn, en soms ook net niet. Het is heel subjectief.” Vandeurzen: “De Zorginspectie kan zich niet mengen in de therapeutische relatie tussen een zorgverlener en een patiënt. Dat is haar verantwoordelijkheid niet. Maar de inspectie hanteert een cyclus van vier jaar. Als je dan een verslag van vier jaar geleden ziet, geeft dat geen zicht op de nieuwe ontwikkelingen die aan de gang zijn. … De Block: “Ik heb moeite met afdwingen. Er is veel expertise op het terrein en er wordt veel kennis uitgewisseld dankzij de netwerken (onder meer ziekenhuizen, huisartsen, patiëntenverenigingen en Centra voor Algemeen Welzijn werken in regio’s samen rond geestelijke gezondheidszorg, … De Block: “In het verleden is er heel weinig geïnvesteerd. Ik ben verantwoordelijk voor de laatste twee jaar. De dynamiek op het terrein en de samenwerkingen die we in die twee jaar hebben kunnen realiseren, vind je niet terug in die inspectieverslagen. Er is nog nooit zoveel veranderd. Zowel de mensen op het terrein als het beleid hebben heel veel werk verzet en hervormd. Kijk maar naar de mobiele teams die goede resultaten leveren. We hebben allemaal ons best gedaan.” … De Block: “Het heeft dertig jaar geduurd om de psycholoog te erkennen als iemand die werkt aan de gezondheid van mensen. Dat is nu gebeurd. Ik wil maar zeggen: voordien zaten die tussen de beenhouwers en de bakkers bij de vrije beroepen. Wij werken zo snel mogelijk verder aan die terugbetaling. Vandeurzen: “Het maken van goede richtlijnen in de zorg is in volle ontwikkeling. Er moet een juist evenwicht zijn. Je mag niet zodanig veel richtlijnen hebben dat niemand er nog mee kan werken. Vandeurzen: “De geestelijke gezondheidszorg moet een betere plek krijgen in de maatschappij. Er is wat dat betreft nog een weg te gaan. Zeker ook bij jongeren en ouderen. Maar ik kan zeggen: het draagvlak hiervoor is al enorm vergroot.” Pag. 12