Glucosesensors bieden diabetespatiënten meer levenskwaliteit

Geplaatst op 17 september, 2018 om 04:42

Een goed sensorsysteem om bloedsuikerwaarden te monitoren kan de levenskwaliteit van patiënten met diabetes type 1 aanzienlijk verbeteren. Dat blijkt uit een studie door verschillende Belgische ziekenhuizen en universiteiten. Zo’n systeem biedt meer comfort en maakt een betere opvolging van de bloedglucosewaarden mogelijk, waardoor er minder complicaties optreden. In UZ Leuven en het Universitair Kinderziekenhuis Koningin Fabiola deelden patiënten met diabetes type 1 en zorgverleners vandaag hun ervaringen met minister van Volksgezondheid Maggie De Block.

Minister De Block: “Een handig monitoringsysteem maakt het veel eenvoudiger voor diabetespatiënten om hun bloedwaarden op te volgen. Dankzij professionele begeleiding binnen de diabetescentra leren ze de informatie bovendien ook zeer goed te interpreteren. Daardoor kunnen ze sneller ingrijpen als dat nodig is en kunnen ze hun aandoening beter onder controle houden.”

België als voortrekker

Om hun bloedsuikerspiegel onder controle te houden, moeten diabetespatiënten type 1 hun bloedsuikerwaarden geregeld controleren. In 2016 besliste minister van Volksgezondheid Maggie De Block om een nieuw systeem terug te betalen voor het opvolgen van die waarden: flash glucosemonitoring. Patiënten bevestigen een sensor met daarin een minuscuul naaldje op hun arm of hun buik. Daarmee worden de glucosewaarden continu geregistreerd. Ze zijn af te lezen van een speciaal toestel of via een app op de smartphone. De sensor is waterbestendig en blijft 1 à 2 weken op de huid kleven.

De sensor maakt deel uit van de behandeling binnen een erkend diabetescentrum. Type 1-diabetespatiënten krijgen hun sensors volledig terugbetaald, volwassen type 2-patiënten kunnen ze aan een sterk verminderde prijs aanschaffen. België was een van de allereerste landen om dit systeem op grote schaal terug te betalen.

De laatste cijfers van de diabetescentra voor volwassenen en voor kinderen en adolescenten schatten dat intussen 21.522 patiënten met diabetes type 1 de nieuwe sensormeetmethode gebruiken: 19.219 volwassenen en 2.303 kinderen. In het totaal hebben naar schatting 45.000 mensen in ons land diabetes type 1, waarvan circa 3.500 kinderen en adolescenten.

Klassieke vingerprik

Voordien moesten patiënten hun bloedsuikerwaarden opvolgen via de klassieke vingerprik: een paar keer per dag moesten ze in hun vinger prikken, bloed aanbrengen op een teststrip en vervolgens hun bloedglucosewaarden aflezen en noteren. Op basis van die info stelden ze een schema op voor het toedienen van insuline.

Meer controle, minder zorgen

In 2015 en 2016 voerden verschillende Belgische universiteiten en ziekenhuizen met de steun van de minister De Block een studie uit naar de voor- en nadelen van sensormonitoring voor patiënten met diabetes type 1. Patiënten in de studie gebruikten daarbij continue glucosemonitoring, een variant van flash glucosemonitoring. Daarbij wordt de sensor onderhuids aangebracht, in de bovenarm of de buik. De sensor, die een week blijft zitten, meet de glucoseconcentratie in het onderhuidse weefselvocht en stuurt die waarden via een zender naar de smartphone, het scanapparaat of de insulinepomp van de patiënt.

De resultaten van de studie tonen duidelijk aan dat het gebruik van een sensorsysteem de levenskwaliteit van diabetespatiënten aanzienlijk helpt te verbeteren. In het totaal namen er 515 patiënten deel aan de studie die een jaar lang liep.

  • Op twaalf maanden tijd nam het percentage patiënten dat zijn of haar glucosespiegel onder controle had toe van 23 tot 33 procent.
  • Het aantal patiënten dat omwille van een verstoorde bloedsuikerregeling opgenomen moest worden in het ziekenhuis nam af van 16 naar 4 procent. Bovendien konden die patiënten het ziekenhuis veel sneller verlaten.
  • Het aantal patiënten dat thuis moest blijven door de aandoening daalde van 123 naar 36 patiënten.
  • Patiënten hadden dankzij het monitoringsysteem hun aandoening beter onder controle en vreesden daardoor veel minder voor een hypoglycemie (te lage glucosewaarden).

Type 1 versus type 2

Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte waarbij het lichaam zelf geen insuline – het hormoon dat de bloedsuikerspiegel regelt – meer aanmaakt. De ziekte manifesteert zich vaak al in de kindertijd. Ongeveer 10% van het totale aantal diabetespatiënten heeft diabetes type 1.

Bij diabetes type 2 maakt het lichaam wel nog insuline aan, maar in onvoldoende hoeveelheden of met een verminderde werking van het hormoon. Naast familiale aanleg spelen factoren zoals overgewicht, een gebrek aan lichaamsbeweging en ouderdom een rol bij het ontstaan van de aandoening. Diabetes type 2 komt vooral voor vanaf 40 jaar.

 

Lees ook

Tags: