Individuele of gemeenschappelijke kamer: geen verschil in zorgaanbod en -kwaliteit voor patiënt

Geplaatst op 22 november, 2016 om 12:00

In de commissie Volksgezondheid bespreken de parlementsleden vandaag, dinsdag 22 november 2016, een wetsontwerp met een reeks aanpassingen aan de wetgeving rond gezondheidszorg.

Het gaat onder andere over de uitwerking van een wettelijk kader voor het gebruik van medische hulpmiddelen bij thuiszorg, over de garantie dat patiënten eenzelfde zorgaanbod en kwaliteit van zorg krijgen in een individuele of gemeenschappelijke kamer en over gedemedicaliseerde tests in de strijd tegen aids.

Het wetsontwerp is neergelegd door Maggie De Block, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.

Het wetsontwerp dat vandaag wordt besproken, stelt dat elke patiënt recht heeft op eenzelfde zorgaanbod en -kwaliteit, ongeacht of hij of zij in een individuele of gemeenschappelijke kamer ligt. Onder “zorgaanbod” vallen zowel de verstrekkingen in het ziekenhuis, de termijn waarbinnen die verstrekkingen worden aangeboden als de artsen die in het ziekenhuis werkzaam zijn. Met deze aanpassing wordt vermeden dat patiënten niet dezelfde zorg of dezelfde zorgkwaliteit krijgen omwille van het gekozen kamertype.

Dit principe wordt uitdrukkelijk opgenomen in de gecoördineerde wet op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen van 10 juli 2008.

Gedemedicaliseerde tests
Minister De Block wil ervoor zorgen dat personen die geen zorgprofessional zijn, toch bepaalde oriënterende diagnostische testen – zoals sommige hiv-testen – kunnen afnemen. Maatschappelijk werkers of medewerkers van verenigingen zullen bijvoorbeeld bij bepaalde doelgroepen sneller en eenvoudiger hiv-besmettingen kunnen opsporen in hun thuisomgeving.

Momenteel valt dit onder de onwettige uitoefening van de geneeskunde, volgens de wet op de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen van 10 mei 2015 (WUG-wet). Het wetsontwerp van minister De Block voorziet in een afwijking van de WUG-wet. Het voorstel tot wetsaanpassing is het resultaat van een bespreking in de parlementaire commissie Volksgezondheid. De commissie heeft de voorwaarden voor de gedemedicaliseerde hiv-test unaniem goedgekeurd op 12 april 2016; het parlement deed dit op 28 april.

Medische hulpmiddelen en thuiszorg

Minister De Block wil een wettelijk kader creëren  voor bedrijven die medische hulpmiddelen in het kader van thuiszorg bij patiënten installeren, onderhouden en ophalen.
Bij thuiszorg is immers degelijke technische ondersteuning nodig om de patiënt de nodige garanties te kunnen bieden.
Bedoeling van de wetsaanpassing is dat deze firma’s erkend worden en dat een aantal regels worden ingevoerd.  De verantwoordelijke voor de technische ondersteuning moet onder coördinatie van een arts werken, het medisch beroepsgeheim naleven en een follow-upverslag opmaken voor de arts die de behandeling van de patiënt coördineert. Bovendien staat hij in voor de opleiding van de patiënt en voor het onderhoud van het materiaal.
Er wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen enerzijds de technische dienst en ondersteuning en anderzijds de medische handelingen. De bepalingen daarrond zijn opgenomen in het Pact Medische Technologieën dat de overheid en de industrie hebben afgesloten op 5 oktober 2016.

 “Sunshine act”: meer transparantie
Het wetsontwerp voorziet ook in een wettelijke basis voor de transparantieplicht voor farmaceutische bedrijven. In het Toekomstpact dat minister De Block in juli 2015 sloot met de farmaceutische industrie, werden daar afspraken over gemaakt. De Amerikaanse wet “Physician Payments Sunshine provision” van 2010, beter bekend als “Sunshine Act”, diende als inspiratie.

Vanaf 2017 zullen farmaceutische bedrijven alle schenkingen en voordelen (in geld of in natura) die ze toekennen aan professionals en organisaties uit de gezondheidszorg moeten publiceren op de website betransparent.be. De bedoeling is ook om de kwaliteit van de informatie over geneesmiddelen te garanderen.

Het federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten (fagg) zal bevoegd zijn om controles uit te voeren en eventuele sancties op te leggen. Het administratief beheer van de website kan het fagg uitbesteden aan een derde.

Alcoholcontroles minderjarigen

Minister De Block verduidelijkt in het wetsontwerp ook de bevoegdheden van de inspecteurs van de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid wat betreft alcoholcontroles bij minderjarigen. De wetgeving op “de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het vlak van de voedingsmiddelen en andere producten” wijzigt.

Het verbod op het schenken van alcohol aan min 16-jarigen en sterke drank aan min 18-jarigen wordt verduidelijkt. De inspecteurs kunnen daardoor supermarkten ter verantwoording roepen als ze minderjarigen tijdens degustatiemomenten alcohol of sterkedrank serveren.

Daarnaast kunnen de inspecteurs ook de identiteitskaart vragen van minderjarigen en beslag leggen op de alcoholhoudende dranken die een minderjarige bij zich heeft.

Betere toegang tot maximumfactuur

Het wetsontwerp van minister De Block versoepelt de toegang tot de maximumfactuur (MAF) voor mensen wier inkomen onder een bepaald plafond blijft. De wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (de GVU-wet 1994) wordt aangepast.

De maximumfactuur biedt aan elk gezin de garantie dat het niet meer dan een vastgelegd maximumbedrag per jaar moet uitgeven aan gezondheidszorgen. Voor personen met recht op een verhoogde tegemoetkoming is dat bedrag vastgelegd op 450 euro; voor andere mensen varieert het bedrag naargelang van het jaarlijkse netto belastbaar inkomen van het gezin.

Op dit moment wordt de MAF onder meer bepaald op basis van het netto gezinsinkomen van drie jaar geleden. Maar het is mogelijk om daar in bepaalde welomschreven situaties van af te wijken en alsnog het recht op de MAF aan te vragen bij het ziekenfonds, bijvoorbeeld bij een stopzetting van de beroepsactiviteit of bij een periode van werkloosheid van minimum zes maanden. Uitgangspunt is dat het inkomen in die situaties vermindert.

De voorgestelde wetswijziging gaat verder. Iedereen die haar of zijn inkomen ziet verminderen tot onder een bepaald plafond, zal een herberekening kunnen aanvragen om zo recht te kunnen krijgen op de MAF. Er moet niet langer sprake zijn van een specifieke situatie.

Op de wetsaanpassing moeten nog uitvoeringsbesluiten volgen vooraleer de nieuwe regeling van kracht kan worden.

Ziekenhuisapothekers

Het wetsontwerp heeft als doel om ziekenhuisapothekers de mogelijkheid te geven om bepaalde geneesmiddelen af te leveren aan patiënten in ambulante zorg wanneer dat zo in de terugbetalingsvoorwaarden wordt vermeld.
Het gaat om geneesmiddelen tegen hepatitis C, multiple sclerose of weesziekten die in specifieke, dure installaties moeten worden bewaard (beveiligde koelkasten) waar officina-apothekers niet over beschikken.
Deze aanpassing maakt een betere opvolging mogelijk van patiënten die nood hebben aan een zeer gespecialiseerde behandeling en van producten die een specifieke omkadering vragen.

Sociaal statuut voor verpleegkundigen
Op 11 januari 2016 besliste het Verzekeringscomité van het Riziv op voorstel van minister De Block en in overleg met de zorgverstrekkers en de ziekenfondsen, om paramedische beroepen zoals zelfstandig verpleegkundigen, vroedvrouwen, logopedisten en kinesitherapeuten extra steun toe te kennen. Er werd hiervoor 10 miljoen euro ingeschreven in de gezondheidszorgbegroting 2016.

Voor zelfstandig verpleegkundigen is die steun nu uitgewerkt in de vorm van een sociaal statuut, onder meer voor de opbouw van pensioenrechten. Het wetsontwerp dat vandaag wordt besproken in de parlementaire commissie Volksgezondheid legt de wettelijke basis voor dit sociaal statuut. De wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (de GVU-wet 1994) wordt hiervoor aangepast. Dit statuut kan deze zorgverleners ook aanmoedigen om een conventie af te sluiten, wat de patiënt meer tariefzekerheid zou geven.

 Elektronisch medisch dossier verplicht
Om de best mogelijke kwaliteit van zorg te verzekeren en om de patiënt correct te informeren, zullen huisartsen de medische gegevens over hun patiënten vanaf nu verplicht moeten registreren in een elektronisch medisch dossier (EMD). Ze zullen hiervoor gebruik moeten maken van een gecertificeerd softwarepakket. De verplichting wordt progressief ingevoerd om huisartsen die het niet gewoon zijn om met een softwarepakket te werken, de nodige tijd te geven om zich aan te passen. Voor nieuwe huisartsen is de elektronische registratie verplicht vanaf 1 januari 2017, voor anderen treedt de verplichting ten laatste in 2020 in werking.

Het gebruik van een EMD moet de zorgcontinuïteit verzekeren. Het delen van informatie met andere zorgverleners is essentieel in het kader van interdisciplinaire zorg.

De medische gegevens kunnen gedeeld worden met spoeddiensten, wachtposten of specialisten, bijvoorbeeld bij een ziekenhuisopname. De voorwaarde is wel dat de patiënt daar op voorhand zijn of haar geïnformeerde toestemming voor heeft gegeven.

Deze maatregel maakt deel uit van het Actieplan e-Gezondheid. Door het wetsvoorstel wordt de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (de GVU-wet 1994) aangepast.

Verlenging van onderzoekstermijn voor geneesheren-inspecteurs

Het wetsontwerp verbreedt ook de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen (de GVU-wet 1994) wat betreft de bevoegdheid van de geneesheren-inspecteurs van de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle (DGEC). De onderzoekstermijn van deze controle-artsen wordt verlengd van 2 naar 3 jaar. Dit geeft de DGEC de mogelijkheid om artsen die niet correct attesteren, grondiger te controleren. De nieuwe termijn komt ook overeen met die van andere inspectiediensten zoals de btw-inspectie en de fiscale inspectie.

Deze maatregel kadert in de strijd van minister De Block tegen fraude en oneigenlijk gebruik in de gezondheidszorg.