Levenslijn

  • 1962
       

    1962 - Geboorte, 2 dagen onderweg

    Ik ben geboren op 28 april als eerste van drie kinderen. Twee dagen ben ik onderweg geweest. Voor haar volgende bevalling koos mijn moeder toch maar voor het ziekenhuis in plaats van het ‘moederhuis’ in Merchtem. (lacht)

    We waren een gelukkig gezin. Vader werkte bij de spoorwegen. Moeder werd huisvrouw toen het tweede kind geboren werd. Mijn vader zei: blijf maar thuis. Het waren toen nog andere tijden.

  • 1965
       

    1965 - Eerste handtas

    Je ziet mij hier op mijn fietske door de living van mijn ouders crossen. Met mijn sacoche aan mijn stuur. Toen al had ik een fascinatie voor handtassen. Mijn moeder had er mij een gekocht, zodat ik niet altijd met die van haar zou gaan lopen. (lacht)

    Toen ik vijf was is mijn eerste broer geboren. Hij zou eigenlijk Geert heten. Maar Eddy Merckx had juist de Giro gewonnen, dus heeft mijn vader er in ’t gemeentehuis een Eddie van gemaakt. Ik was blij met mijn broer. Een kind is niet graag alleen.

  • 1969
       

    1969 - Rouwen om papa

    De dood van mijn vader. Hij is samen met de buurman verongelukt. Een vrachtwagen heeft hen van de baan gereden. Twee vriendinnen van mijn moeder zijn mij uit de klas komen plukken. Ik dacht dat er iets mis was met mijn moeder was, die toen zwanger was. Wanneer ik thuiskwam, vertelde mijn grootvader: uw papa is dood. Dat was het einde van mijn onbezorgde jeugd.

    Ik was zeven en nam veel verantwoordelijkheid. Dat moest wel, als oudste kind met een moeder die zwanger was en er ineens alleen voor stond. We hebben direct een telefoon genomen. En mijn mama heeft leren rijden en zich een auto aangeschaft. Een grijze Volvo met rood interieur. (lacht) Mijn grootmoeder vond dat geen auto voor een alleenstaande vrouw, maar we hebben er toch zestien jaar plezier van gehad.

    Hoe heb ik zijn dood beleefd? Een kind rouwt anders dan een volwassene. Het was een schok. Maar ik denk dat wij allemaal realistisch waren. We moesten door met ons leven en ons gezin. Het heeft bepaald wie ik ben en me bewust gemaakt van het belang van sociale bescherming.

    We hebben het verlies een plek kunnen geven. Als je je diploma haalt, als je trouwt, als je kinderen krijgt, kun je natuurlijk denken: was mijn papa nu maar hier. Maar door stil te zitten, los je niets op.

    Vijf maanden na zijn dood is mijn tweede broer geboren. Genoemd naar mijn vader, Jan.

  • 1970
       

    1970 - Alleen naar grote stad

    Op mijn achtste ging ik alleen naar school, van Merchtem naar Laken. De trein op en dan vijfentwintig minuten stappen. Ik wist: de muur van ’t kerkhof volgen en dan kom ik er. Het was mijnheer Schoofs, de leraar van het dorpsschooltje in Merchtem die dat op zijn geweten had. Ik zat in een brugklas met het eerste en tweede leerjaar samen waar ik hem behoorlijk op de zenuwen werkte. (lacht) Hij liet mij altijd klusjes doen om van mij af te zijn. Ik kon de klok al lezen in het eerste terwijl hij dat erin moest drammen bij kinderen uit het tweede. Hij zei tegen mijn moeder: stuur haar maar naar een school waar ze wat meer moeite moet doen, want ik word er zot van. Mijn moeder heeft die raad ter harte genomen. Ze heeft één keer de route met mij gedaan. Ze heeft me rap zelfstandig gemaakt, maar ze wist ook dat ik het aankon. En als de treinen staakten, mocht ik bellen.

  • 1974
       

    1974 - Nieuwe “papa”

    We waren er allemaal bij toen mijn moeder die man leerde kennen. Mijn broers hadden tijdens het voetballen een ruit kapot gesjot. Maar het was juist bouwverlof. Een vriendin van mijn moeder kende iemand die dat kon repareren. En na die ruit is hij blijven komen. Het was een schok in het dorp: een weduwe met drie kinderen met een vrijgezel van acht jaar jonger. Maar vandaag, zoveel jaar later, zijn ze nog altijd een goed koppel. We hebben nooit gezwegen over onze echte papa. Maar we waren ook blij dat mama terug gelukkig was. En dat we weer een ‘normaal’ gezin waren.

  • 1978
       

    1978 - PVV jongeren en de man van mijn leven

    Op mijn 16de ging ik met mijn moeder mee naar een lezing van Willy De Clercq. Op het einde kwam een jonge gast het podium op. “Ik ga een jongerenafdeling van de PVV oprichten”, zei hij. Daar wilde ik me bij aansluiten. Ik moest soms wat vechten om buiten te mogen, maar mijn moeder was een grote fan van Willy De Clercq, dus dat mocht. (lacht) Ik ben begonnen in de volleybalclub. Daarna ging ik in het bestuur. Die jonge gast was Luc, mijn latere echtgenoot.

    We schoten goed op. Ik heb hem wel lang achter mij laten lopen voor we een koppel werden. (lacht)

    Hij was zeven jaar ouder en ik voelde me te jong voor een vast lief. Ik wou ook zeker zijn dat ik aan de universiteit zou kunnen starten. Mijn grootmoeder vond dat ik al lang genoeg gestudeerd had. En “als ze een lief heeft, kan ze toch gaan werken?” Maar mijn moeder was zelf niet lang naar school geweest en zei: neen, mijn dochter krijgt dezelfde kansen als de jongens.

    Geneeskunde was mijn eerste goesting. Maar ik twijfelde omdat het zeven jaar was. Chemie interesseerde mij ook, maar meisjes die chemie doen, komen meestal in het onderwijs terecht. En dat wilde ik die kinderen niet aandoen. Luc heeft mij altijd gesteund. Toen mijn moeder zijn gedacht vroeg, zei hij: laat haar doen, je kunt haar toch niet stoppen. Toen ik ingeschreven was, heb ik hem mijn hart gegeven.

  • 1980
       

    1980 - Nooit meer diëten

    Ik was altijd op regime. Meestal een crashdieet, waarbij ik op een blad sla en een tomaat moest overleven. Op mijn achttiende heb ik gezegd: genoeg. Sommigen zeggen: een zwaktebod. Maar ze zeggen maar. Ik ben altijd mollig geweest, net zoals mijn broers. Familietrekje van de De Blocks. Ik heb er lang mee geworsteld. Maar stoppen met diëten was een opluchting. Mijn sociaal leven leed eronder. Nu heb ik aanvaard wie ik ben. Mijn lichaam zit zo in elkaar. Je kunt je hele leven ongelukkig zijn. Maar dat zie ik niet zitten.

    Moest ik elke dag gaan lopen, het park rond, dan was het misschien anders. Maar dat doe ik niet graag. Zwemmen wel. En wandelen. Ik zou meer willen bewegen. Ik probeer één tot twee keer per week baantjes te trekken. Op dinsdag met de vriendinnen, in het weekend alleen. Maar het lukt vaker als het vakantie is. Op reis val ik af. Dan stap ik meer, verbruik meer calorieën. Ik tracht ook gezond te eten. Deed ik dat niet, dan was ik nog veel zwaarder. Op de fractiedagen vroeg iemand: waarom eet je dat niet op? Ik heb geantwoord: wil je dat ik volgend jaar twee stoelen nodig heb?

    Dik zijn is zichtbaar. Dat is het probleem. Je mag oerdom zijn, als je je mond niet opendoet, is er niemand die het merkt. Maar als ik moet kiezen, weet ik het wel. Dat zeg ik ook tegen mijn dochter. Zij is slank, maar ze moet ook opletten. Als ze vroeger zei: dat heb ik van u; dan zei ik: ja, en uw goede punten voor wiskunde ook.

  • 1982
       

    1982 - Getrouwd met Luc

    In mijn tweede kandidatuur ben ik getrouwd. Op een zaterdag. De maandag had ik partieel examen. Dat was niet ideaal, maar ze hadden de examens verplaatst. (lacht) Luc had me de zomer voordien in Normandië ten huwelijk gevraagd. We wilden eigenlijk samenwonen. Maar dat mocht niet van zijn moeder. Mijn moeder keek maar raar toen ik het vertelde. Ik heb later nog gevraagd: waarom heb je mij niet tegengehouden? Ik was zo jong. Maar ze zei: alsof jij je had laten tegenhouden. Ze is wel mijn studies blijven betalen, ze wou dat ik onafhankelijk was.

    Ik herinner het mij als een leuke tijd. We waren de eersten van de vrienden die alleen woonden. Het was de zoete inval in ons appartement. En in oktober werd Luc schepen.

  • 1987
      & 1991

    1987 & 1991 - Gezin compleet met Julie en Jan!

    Een kind tijdens mijn studies, dat was ook weer iets voor mij. (lacht) Luc wilde het al eerder, maar ik wou dichter bij mijn diploma staan. Ik was de enige student met een kind. In de examens mocht ik Julie afzetten bij Josephine van de bibliotheek. Ik vond het fantastisch om mama te worden. Julie en ik zijn twee handen op één buik. Nog altijd. Daar krijgt niemand iets tussen.

    Ons gezin was compleet met de geboorte van onze Jan. Hij blijft graag uit de schijnwerpers.

  • 1988
       

    1988 - Het zotte jaar

    Eindexamen, een huis bouwen, Luc die opnieuw verkozen werd en de start van mijn praktijk. Mijn moeder zei: moet gij nu echt altijd alles tegelijk doen? Huisarts worden was mijn doel van in het begin van mijn studie. Waarom? Je kunt zolang tijd nemen als je nodig vindt voor een patiënt.

  • 1999
       

    1999 - Verkozen vanop strijdplaats

    In 1998 begon het te knagen. Kinderen, de praktijk, alles liep goed, maar ik voelde me te jong om me daarin te settelen. Ik wilde een hobby. Maar er was weinig dat mij interesseerde. Behalve de politiek. In die tijd begon men ook te zeggen: er moeten meer vrouwen in de politiek. De gemeentepolitiek was geen optie, met een broer en een echtgenoot die dat al deden. Dus schreef ik een brief naar Verhofstadt. Ik mocht op gesprek gaan. Na een hele reeks procedures bij de lijstvorming stond ik in 1999 op de Kamerlijst.

    Ik ben verkozen vanop een strijdplaats. Met de goedkoopste campagne ooit: een veredelde pasfoto die ik had laten maken bij de dorpsfotograaf terwijl ik huisbezoeken deed. 6.996 stemmen. Dat deed enorm veel deugd. Maar dan moest ik zien klaar te spelen: een zetel in ’t parlement, de grootste praktijk van Merchtem en kinderen van zeven en elf. Er zijn veel babysits en veel hulp van mijn moeder aan te pas gekomen. En Tom, een jonge dokter, die er nu nog altijd is. Mijn moeder verklaarde mij weer zot. In ’t parlement  zijt ge een nobody, ge moet u weer bewijzen. Maar ik heb uitdagingen nodig. En zeggen “dat zal niet gaan” moet je bij mij niet doen. Luc heeft mij ook gesteund. Die nacht van de verkiezingen was hij zenuwachtiger dan ik. Ook mijn kinderen steunden mij. Toen Julie zich moest voorstellen in de humaniora nam ze affiches van haar ouders mee. Ik ben een kind van twee mensen die op straat omhoog hangen. Maar ze is er later zelf ingestapt.

  • 2011
       

    2011 - Drie minuten nadenken

    Na 541 dagen onderhandelen dacht ik: oef, mijn leven valt weer in de plooi. Maar toen ging mijn gsm af tijdens mijn consultatie. Alexander De Croo. Ik dacht: het is toch afgelopen, waarom belt die nu? Hij zei: we hebben Pensioenen en Justitie. En een staatssecretaris. Ik had aan u gedacht.

    Armoedebestrijding en Maatschappelijke Integratie. Ik zei: hoe lang mag ik nadenken? En hij: drie minuten. Maar voor je begint te denken: daar zit ook nog Asiel en Migratie bij. (schatert) Toen dacht ik: ik word volgend jaar vijftig, misschien moet ik nog eens een uitdaging aangaan. Dus heb ik gezegd: oké. Ik had nog vijf patiënten. Na de laatste ben ik de trap naar boven op gestormd. Luc zei: “Juist op tijd, ze gaan de ministers bekendmaken.” En ik zei: “Ik weet het al. Ge kijkt ernaar.” Hij sprong recht. “Wat? En gij zegt dat niet!” Maar ik was tussen de patiënten door niet boven geraakt. Ik vroeg: “Wat had je anders gezegd?” En hij: “Dat je het moest doen natuurlijk!”

  • 2011
       

    2011 - Een maand zwijgen

    Ik ben van in het begin hard aangepakt. Toen Patrick Dewael zes maand vroeg om zich in te werken als minister van Cultuur, kraaide daar geen haan naar. Maar toen ik zei dat ik een maand zou zwijgen, was het kot te klein. Dat is nochtans niet onverstandig als je net in de regering komt. In een interview in De Morgen werd ik vervolgens volledig neergesabeld. Dat was een afrekening. Maar zo gaat dat. Elke nieuwe regering heeft haar slachtoffer. Ze zoeken de zwakste schakel en maken u af. Als ik dat artikel vandaag opnieuw lees, ben ik fier om te zeggen: ik heb alles uitgevoerd. Maar ze wilden mij per se belachelijk maken. Kijken: wanneer zakt ze door het ijs, het meisje uit Merchtem? Maar het is niet gebeurd. We hebben de asielcrisis onder controle gekregen. Met extra middelen en door in te zetten op vrijwillige terugkeer. Het was heavy. Maar what doesn’t kill you makes you stronger.

  • 2013
       

    2013 - De populairste

    Die polls? Ik wist niet eens dat die bestonden. Maar plots sta je op één. Dat heeft twee kanten: het doet enorm veel deugd. Maar het maakt ook veel mensen nijdig. Wat heeft die nu dat die op één staat? En wat ben je er uiteindelijk mee? Het is ook geen geheim dat er een groot verband is met het departement waarop je werkt. Er is nog niemand zo lang populair gebleven in Vlaanderen, Wallonië en Brussel.

  • 2014
       

    2014 - Droomdepartement Volksgezondheid en Sociale Zaken

    Toen de koning bij de eedaflegging zei: dat zijn grote departementen, ge zult hard moeten werken, zei ik: ja, maar het is mijn droom. En ik meen het, ik heb hier altijd van gedroomd. Al denk ik soms wel: had ik vooraf geweten dat ik het ging krijgen, ik had tijdens de onderhandelingen misschien iets minder ambitie gehad. (lacht) Neen, ik ben fier dat ik met het Zorgplan, waarmee ik naar de kiezer was getrokken, 131.713 kiezers heb kunnen overtuigen. Ik doe het graag. Het is opnieuw een uitdaging, maar ik vind dat ik al grote hervormingen heb kunnen doen. Wat mijn volgende uitdaging wordt, weet ik niet. Voor het eerst denk ik: ooit wil ik wel eens een leven zonder veel uitdagingen. Misschien. Met ouder te worden. (lacht)

  • 2017
       

    2017 - Annus horribilis

    2017 was mijn annus horribilis. Gedaan met op één staan in de polls, maar daar had het niets mee te maken.

    Je dochter haar vriend zien verliezen, zoiets doet verschrikkelijk veel pijn. En in een publieke functie moet je je verdriet ergens kunnen opsluiten en toch doorgaan met je werk. Ik ben eigenlijk maar twee dagen niet op mijn kabinet geweest. En dan nog kwamen er chauffeurs met dossiers aan huis. Terwijl ik dacht: ik moet bij Julie zijn.

    Koen was een sportieve jongen, de coach van de basket. Julie was op haar 17de met hem naar huis gekomen. Twee weken later zegt ze: hij heeft een erfelijke aandoening. Ik zei: als jij het ziet zitten, dan wij ook. We hadden gedacht dat hij langzaam zieker zou worden, maar uiteindelijk is hij onverwacht gestorven door een hartstilstand. Misschien is hem veel miserie bespaard, maar we hadden hem toch liever langer bij ons gehad. 34 is geen leeftijd om plots dood te gaan. Dat is weer iets waarmee we verder moeten. Julie zegt soms: het heeft ons dichter bij elkaar gebracht. En zo is het: de clan De Block trekt samen bij verdriet. Maar toch had ze dit niet moeten meemaken. Je gaat vanzelf relativeren. Wat heb je eraan om op één te staan blinken als er zoiets gebeurt?