Maggie De Block: ‘Evidence-based medicine kan kwaliteit van gezondheidszorg nog verbeteren’

Geplaatst op 26 maart, 2015 om 03:04

“Evidence-based medicine (EBM) kan de kwaliteit van onze gezondheidszorg nog verbeteren: EBM bundelt de best mogelijke wetenschappelijke bewijzen en helpt artsen zo bij hun keuze voor een behandeling. Dat is in het voordeel van de patiënt, die kan rekenen op de beste kwaliteit van zorg. En ook als maatschappij profiteren we hiervan, doordat de beschikbare middelen efficiënter worden ingezet.” Dat zei minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid Maggie De Block deze avond tijdens een gastlezing in Antwerpen in het kader van de binnenlandse Francqui-leerstoel.

Minister De Block benadrukte dat evidence-based medicine (EBM) de continuïteit en de uniformiteit van zorg kan verbeteren door de ontwikkeling van gemeenschappelijke richtlijnen. “Als overheid willen we zorgverstrekkers daarom motiveren om EBM toe te passen”, aldus de minister van Volksgezondheid. “Dat kunnen we bijvoorbeeld doen via bijscholingen, of door een deel van het honorarium van zorgverstrekkers te koppelen aan de kwaliteit van geleverde zorg. Uiteraard na overleg met die zorgverstrekkers én met de patiënten.”

In sommige landen worden zorgverstrekkers al gedeeltelijk vergoed voor het leveren van kwaliteitsvolle geneeskunde, bijvoorbeeld in Groot-Brittannië. “En ik wil laten onderzoeken of dit ook mogelijk is in ons land”, vulde minister De Block aan.

Eerstelijnszorg

De binnenlandse Francqui-leerstoel 2014-2015 ging naar professor huisartsgeneeskunde dr. Jan De Maeseneer (Universiteit Gent). Hij deed tijdens een lezing in het kader van zijn leerstoel zijn visie op de toekomst van de eerstelijnsgeneeskunde uit de doeken.

Maggie De Block feliciteerde professor De Maeseneer en bedankte hem ook voor zijn inzet. “Patiënten hebben nood aan een volwaardige eerste lijn. Ik ben dan ook blij dat de binnenlandse Francqui-leerstoel naar een pleitbezorger van de eerstelijnszorg is gegaan”, zei de minister. “In mijn beleid zal ik er trouwens op toezien dat de zorgverstrekkers op de eerste lijn de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. Want om hoogkwalitatieve zorg te kunnen leveren, moeten zij zich thuisvoelen in de structuren op het terrein.”