Quotum artsen voor 2021 vastgelegd

Geplaatst op 17 juli, 2015 om 12:00

In 2021 kunnen de faculteiten geneeskunde in ons land een opleidingsattest toekennen aan 1.230 artsen en specialisten – 738 in de Vlaamse Gemeenschap en 492 in de Franse Gemeenschap. De ministerraad keurde dat algemene quotum vandaag goed op voorstel van Maggie De Block, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.

Met het globale quotum legt minister De Block, op advies van de Planningscommissie medisch aanbod, het maximum aantal artsen vast dat na de basisopleiding geneeskunde aan de vervolgopleiding tot huisarts of specialist mag beginnen. En aangezien die basisvorming zes jaar duurt, moet het quotum voor 2021 beschikbaar zijn vóór de start van het academiejaar 2015-2016.

Het globale quotum is hetzelfde als voor 2019 en 2020. De verdeling in subquota voor de verschillende specialisaties is sinds 1 juli 2014 bevoegdheid van de gemeenschappen.

Dynamisch artsenkadaster

In mei stelde de minister het dynamisch artsenkadaster voor, dat het huidige werkveld gedetailleerd in kaart brengt: hoeveel artsen zijn er momenteel aan de slag in ons land, wat is hun activiteitsgraad, in welke regio werken ze, hoe oud zijn ze, enzovoort. Dat kadaster wordt een belangrijk werkinstrument voor de Planningscommissie voor de berekening van de artsenquota vanaf 2022.

Minister De Block: “Het dynamisch kadaster is van cruciaal belang voor de planning van het medisch aanbod in ons land. Het biedt ons een uiterst nauwkeurige momentopname van het huidige werkveld. Maar om aanbod en vraag op elkaar af te stemmen, moeten we ook naar de toekomst kijken. We moeten zowel de evolutie van het artsenkorps als de toekomstige zorgbehoeften van onze bevolking in kaart brengen om te kunnen inschatten hoeveel artsen we in de toekomst nodig zullen hebben.”

Dit wordt een belangrijke opdracht voor de nieuwe Planningscommissie, die op vrijdag 10 juli 2015 werd aangesteld voor vijf jaar. De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van de universiteiten, de ziekenfondsen, de gemeenschappen, het Riziv, de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en uiteraard van de verschillende gezondheidszorgberoepen.