Wet op geestelijke gezondheidszorgberoepen: aanpassingen garanderen patiënt de best mogelijke kwaliteit

Geplaatst op 05 februari, 2016 om 12:00

Op voorstel van Maggie De Block, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, heeft de ministerraad enkele maatregelen goedgekeurd ter ondersteuning van de wet op de geestelijke gezondheidszorgberoepen. Zo wordt psychotherapie gedefinieerd als een behandelvorm voorbehouden aan klinisch psychologen, klinisch orthopedagogen en artsen; psychotherapeut wordt geen apart beroep. Minister De Block: “Hierdoor kunnen we de kwaliteit van de geestelijke gezondheidszorg nog beter garanderen aan onze patiënten.”

Tegelijkertijd komen er overgangsmaatregelen voor mensen die buiten deze drie beroepsgroepen vallen maar wel een opleiding psychotherapie volgen of hebben gevolgd. Op 1 september 2016 wordt de wet van 4 april 2014 op de geestelijke gezondheidszorgberoepen van kracht. Minister van Volksgezondheid Maggie De Block werkte de voorbije maanden in overleg met het werkveld en met de andere regeringspartijen een reeks maatregelen uit om de wet bij te sturen en te vereenvoudigen, en ze voorzag ook in een reeks overgangsmaatregelen.

Psychotherapie als behandelvorm

In de wet van 4 april 2014 op de geestelijke gezondheidszorgberoepen werd de psychotherapie geregeld buiten de wet van 10 mei 2015 over de uitoefening van de gezondheidsberoepen (het vroegere KB nr. 78). Dat maakte de uitvoering ervan evenwel erg omslachtig, waarop minister De Block besloot om de psychotherapie toch volledig binnen de wet van 10 mei 2015 te situeren. Niet als een apart gezondheidszorgberoep, maar als een behandelvorm die in eerste instantie wordt voorbehouden aan klinisch psychologen, klinisch orthopedagogen en artsen. Hierdoor wordt de uitvoering van de wet op de geestelijke gezondheidszorgberoepen op het terrein een stuk transparanter.

Bovendien sluit deze benadering naadloos aan bij het wetenschappelijke advies over psychotherapie dat de Hoge Gezondheidsraad in 2005 uitbracht, een advies dat de voorbije maanden uitdrukkelijk werd ondersteund door de verschillende universiteiten in ons land. Minister De Block: “Door psychotherapie als behandelvorm te definiëren en voor te behouden aan welbepaalde gezondheidszorgberoepen, kunnen we de kwaliteit van therapie nog beter garanderen, in het belang van onze patiënten.”

Overgangsregeling

Er komen ook ruime overgangsmaatregelen, zowel voor de gezondheidszorgberoepen als voor de niet-gezondheidszorgberoepen. Via deze regeling wordt de situatie op het terrein geregeld voor iedereen die al een opleiding psychotherapie heeft gevolgd, maar ook voor wie momenteel aan die opleiding bezig is of er ten laatste in het academiejaar 2016-2017 aan zal beginnen.

  1. Gezondheidszorgberoepen: bachelors en masters die een psychotherapie-opleiding van 70 ECTS-studiepunten hebben gevolgd, aan het volgen zijn of aanvatten in het academiejaar 2016-2017 en succesvol afronden, mogen vanaf 1 september 2016 autonoom psychotherapie blijven verstrekken.
  2. Niet-gezondheidszorgberoepen: bachelors en masters die een psychotherapie-opleiding van 70 ECTS-studiepunten hebben gevolgd, aan het volgen zijn of aanvatten in het academiejaar 2016-2017 en succesvol afronden, mogen na 1 september 2016 nog altijd psychotherapie verstrekken, maar enkel nog onder toezicht van een arts, een klinisch psycholoog, een klinisch orthopedagoog of een ander gezondheidszorgberoep uit categorie a.

Vanaf het academiejaar 2017-2018 wordt de toegang tot de uitoefening van psychotherapie beperkt tot artsen, klinisch psychologen en klinisch orthopedagogen die een bijkomende opleiding psychotherapie volgen.

Klinische orthopedagogiek en adviesraden

Andere maatregelen ter ondersteuning van de wet van 4 april 2014 op de geestelijke gezondheidszorgberoepen betreffen de omschrijving van de klinische orthopedagogiek en de vereenvoudiging van het aantal raden. Dankzij een aangepaste omschrijving van hun beroep zullen klinisch orthopedagogen straks pedagogische diagnoses mogen uitvoeren. En doordat psychotherapie gedefinieerd wordt als een behandelvorm en niet als een apart beroep, vervalt de noodzaak om hier een afzonderlijke federale raad voor in te richten.

Deze administratieve vereenvoudiging past perfect binnen de evolutie richting de afslanking van de overheidsdiensten. De aanpassingen aan de wet geestelijke gezondheidszorg zijn samen met een pakket andere maatregelen gebundeld in de wet diverse bepalingen inzake gezondheid. De wet gaat nu voor advies naar de Raad van State en wordt daarna besproken in het parlement.